60 jaar op nummer 60

Geplaatst op: 18 apr 2017

Het zonnetje piept door de wolken als we op maandagochtend aanbellen bij Geert (84) en Jeltje (83) Feenstra. Het belooft een heerlijke voorjaarsdag te worden. En er is geen betere manier om zo’n dag te beginnen dan met een mooi verhaal. Het verhaal van de familie Feenstra. 60 jaar zijn ze getrouwd, 60 jaar wonen ze ook in het huis van Wold & Waard aan de Molenstraat in Marum. Op nummer 6o. 

Jeltje weet het nog precies. “Op 27 januari 1957 kregen we de sleutel en gingen we in ondertrouw. Een kleine 2 maanden later, op 22 maart, trouwden we en gingen we wonen in dit huis.” Geert vult aan: “Toen we de sleutel kregen en met familie gingen kijken in het huis, zeiden ze: wat moeten jullie nou met z’n tweeën in zo’n groot huis!” Ze begonnen er inderdaad met z’n tweetjes, maar binnen een jaar werd hun dochter geboren en woonden ze er dus met z’n drieën.

29e op de wachtlijst

Bijna hadden ze er niet gewoond trouwens. Geert werkte bij ESA (de busonderneming die later ook garage werd voor vrachtwagens) en had wel trek in een eigen huis. Hij ging praten met meneer Dam van de Bouwvereniging Marum. “Hij vertelde me dat we 90e stonden op de wachtlijst”, vertelt Geert, “niet echt rooskleurig dus.” Geert besprak het met zijn baas. “Mijn baas vroeg of ik weg wilde. Ik zei dat ik graag wilde trouwen en een eigen huis wilde. Werk zoeken in een ander dorp kan dan misschien helpen, zei ik tegen hem.” Geerts baas dacht even na en vertelde dat de ESA 3 woningen zou krijgen voor het personeel. “Als je wilt, mag je erin”, zei hij. En zo is het gegaan.

Geert en Jeltje bleven de Molenstraat trouw. Net zoals Geert zijn baas trouw bleef. Hij werkte er 43 jaar, eerst als automonteur en later als chef Werkplaats. Tot aan hun trouwen werkte Jeltje in de tricotagefabriek aan het Hoge der A in Groningen. Het waren voor beide lange werkweken, inclusief de zaterdagochtend. “Getrouwde vrouwen werkten in die tijd niet, dus toen we gingen trouwen nam ik ontslag bij de fabriek,” zegt Jeltje. 

De ontmoeting op de kermis

Geert en Jeltje leerden elkaar kennen op de kermis in Frieschepalen. “Er was in die tijd (we spreken over begin jaren ’50) nog niet zo veel te doen natuurlijk”, vertelt Jeltje. Je kon gaan dansen, dat was het wel zo’n beetje. En elk dorp had een kermis. Ik ging er met vriendinnen naartoe en daar was Geert. Hij heeft me meteen ’s avonds thuis gebracht.” Heel even was het nog uit, maar daarna bleven ze samen. Zes jaar voor hun huwelijk en nu dus al zestig jaar als echtpaar. 

Een handige man, die Geert

Jeltje schenkt nog een kopje thee in en we krijgen er een paaseitje bij. We kijken naar buiten en zien de zon heerlijk in de achtertuin vallen. En op de garage die Geert zelf bouwde. Hij bouwde en verbouwde wel meer. Het muurtje in de keuken ging eruit, hij metselde een deur in de woonkamer dicht en knapte later ook in een mum van tijd de Kever van zijn zoon op. Een handige man, die altijd klaar staat voor iedereen die hulp nodig heeft. “Vroeger zat ik in de buurtvereniging, dan heetten we de nieuwe bewoners in de buurt welkom en bracht ik ze een bloemetje. En dan nodigde ik ze uit voor een activiteit: vissen, fietsen, sjoelen of kaarten. Eerst in het café, later in de Kruisweg." 

De buurt is wel veranderd, vinden ze. “Toen we hier kwamen hadden we vrij uitzicht voor, we konden kijken tot aan de melkfabriek. En we hadden echt een band met de mensen die hier ook woonden. Tegenwoordig is dat anders. Mensen zijn meer op zichzelf, ze groeten wel maar dat is het dan ook wel. Toen ik vorig jaar mijn enkel brak en een paar weken niet goed uit de voeten kon, merkte ik dat ook weer”, zegt Jeltje. Gelukkig was Geert in de buurt en wonen de twee zoons van het echtpaar ook dichtbij. 

60 jaar lief, maar ook leed

In zestig jaar huwelijk is er natuurlijk niet alleen lief, maar ook wel leed. Jeltje vertelt daarover: “Onze dochter overleed 14 jaar geleden aan een hersentumor. Ze was jarenlang ziek voordat ze stierf. Dat hakt er natuurlijk wel in. En de afgelopen jaren zat Geert ook in de lappenmand. Kanker aan de stembanden en een vergrote aorta. En later nog flinke bloedarmoede. Het ging achter elkaar door. Gelukkig is hij nu weer opgeknapt en kan hij alles weer doen.” Geert vult aan: “En het eten smaakt me gelukkig ook weer!”  

Altijd bezig

Geert en Jeltje zitten niet graag stil. Geert: “Gisteren hebben we 50 kilometer gefietst. En vanochtend voordat jullie kwamen, ben ik nog even in ons volkstuintje geweest. Alles weer een beetje klaar gemaakt voor het seizoen.” Stilzitten was er vroeger ook niet bij trouwens. Helemaal niet toen Geert de kraanwagen van ESA bestuurde. De enige in de buurt. “Altijd als er iets was, moest ik met de kraanwagen opdraven. We hadden nog geen telefoon, maar de directie van ESA wel. Als er dan een auto in de sloot lag, kwam de directeur naar mij toe om dat te vertellen. Dan ging ik op pad. De directeur vond dat wij ook telefoon moesten nemen. Hij had geen zin om elke keer naar me toe te komen natuurlijk. Eerst vond ik dat maar niks, maar uiteindelijk kwam die telefoon er natuurlijk toch. Hij hangt er nog, in de gang. Niet de oude bakelieten, wel een grijze met draaischijf.” 

Voor altijd aan de Molenstraat?

“We wonen hier heerlijk”, vervolgt Jeltje. “In het begin van ons huwelijk hebben we er wel eens over gedacht om hier weg te gaan, om bijvoorbeeld een huis te kopen. Er stond hier in Marum-West een huis te koop voor 5500 gulden. Mijn familie zei: “Moet je doen”. Geerts familie zei: “Moet je niet aan beginnen”. Uiteindelijk zijn we gewoon blijven zitten.” Wat de toekomst brengt, weet natuurlijk niemand. Geert en Jeltje zeggen hierover: “Wold & Waard gaat achter ons huis een seniorencomplex bouwen. Daar hebben we wel oren naar. Alles gelijkvloers, geen trap en geen drempels meer. Dat lijkt ons wel wat. Afhankelijk van hoe het er uit komt te zien en of het een beetje te betalen is natuurlijk.” 

Bekijk ook andere verhalen